---
title: "Vleeseters en alleseters"
canonical: "https://www.cursus-dierenwelzijn.nl/space/cd04/24346677/Vleeseters%20en%20alleseters"
format: markdown
---
Vleeseters noem je ook wel carnivoren. Carnivoor is een Latijns woord, waar ‘carnis’ staat voor vlees en ‘vorus’ voor eter. Er zijn verschillende soorten carnivoren. Daarnaast zijn er ook alleseters, ook wel omnivoren genoemd. De leeuw is een carnivoor Vleeseters Carnivoren voeden zich met (delen van) andere dieren, voornamelijk zoogdieren, vogels en vissen. Naast ‘vlees’ eten ze ook orgaanweefsel, huidweefsel en delen van het bot.  Jagende carnivoren gaan actief op zoek naar voedsel en zullen veel moeite doen om hun prooi te verschalken. Hun territoria zijn groot, omdat de dieren telkens op zoek moeten naar een nieuw prooidier om te doden.  Andere carnivoren, de aaseters, eten de resten op van dieren die al een tijd dood zijn. Ze hoeven geen moeite te doen om een prooidier te doden om het vervolgens te eten. Ook deze dieren hebben vaak een groot territorium om in hun voedselbehoefte te kunnen voorzien. Gieren zijn aaseters Alleseters Alleseters, of omnivoren, eten voornamelijk plantaardig voedsel, maar hun dieet bestaat voor meer dan 5% uit vlees. Omdat ze zowel plantaardig als dierlijk voedsel moeten kunnen verteren, kan de onderkaak niet alleen van achter naar voren, maar ook zijdelings bewegen. Met hun knobbelkiezen kunnen ze vooral het plantaardige voedsel goed vermalen. Net als de carnivoren hebben omnivoren een enkele maag. Om toch ook plantaardig materiaal goed te kunnen verteren hebben omnivoren een goed ontwikkelde dikke darm waar fermentatieve vertering plaatsvindt. Veel omnivoren eten als dierlijk materiaal insecten en wormen. Sommige primatensoorten jagen ook op andere dieren om hun rantsoen met dierlijk eiwit aan te vullen. Het varken is een bekende alleseter